De ruïne van Teylingen is een ronde waterburcht in het Zuid Hollandse dorpje Sassenheim en Voorhout. Oorspronkelijk was er alleen sprake van een ringmuur. De donjon werd later in de 13e eeuw toegevoegd. Behalve de huidige burcht was er een uitgestrekte voorburcht die was omgeven door een slotgracht. Hier stond in de 14e eeuw in comfortabel en luxe woonhuis.

Het slot krijg de functie van jachtslot en houtvesterij van de Hollandse graven en de leenman krijg de titel van houtvester. Een houtvester is een soort ambtenaar met een verantwoordelijkheid voor het beheer. De houtvester zorgt ervoor dat de bossen houd leverde, de venen turf, de wildstand vlees en het water vis. Toen Gravin Jacoba van Beieren haar titels gravin van Holland en Zeeland en Vrouwe van Friesland moest inleveren, heeft ze van haar neef Filips van Bourgondië de titel Opperhoutvester gekregen.

Jacoba van Beieren (1401 – 1436)

Ze blijft daarbij ook de titel gravin van Oostervant behouden. Jacoba van Beieren woonde sinds 1428 in of bij het slot. Aan het verblijf van Jacoba is ook nog een mythe verbonden. Gezegd wordt dat zij tijdens haar verblijf uit verveling heel veel drinkkannetjes heeft gemaakt, de zogenaamde Jakobakannetjes. Vele zou zij zomaar over haar schouder in de slotgracht geworpen hebben. Archeologen hebben in de slotgracht deze kannetjes gevonden.

Deze tekst is overgenomen van het bord dat aan de overkant van de sloot vlak bij de Ruïne van Teylingen staat. Dit bord is per 1 sep 2020. verwijderd. Waarschijnlijk omdat het uitzicht op de ruïne vanaf dat punt geblokkeerd werd door grote struiken en bomen.